Minister Vanessa Matz wil een nieuwe stap zetten voor gendergelijkheid bij de federale overheidsdiensten

Minister van Ambtenarenzaken Vanessa Matz kondigt een plan aan om de gendergelijkheid bij de federale overheidsdiensten te versterken. Het doel is om te werken op de belangrijkste factoren van ongelijkheid, namelijk de toegang tot hogere functies met doelstellingen voor een evenwichtigere vertegenwoordiging, de impact van deeltijds werken en een betere opvolging via data.  

Een recente analyse van de FOD BOSA over de loonkloof binnen de federale overheid toont aan dat het principe “gelijk loon voor gelijk werk” goed wordt nageleefd dankzij het baremastelsel: de voor arbeidstijd gecorrigeerde loonkloof bedraagt 7 %, tegenover 10,2 % in de privésector. Uit de studie blijkt ook dat er nog steeds een inkomensverschil bestaat: vrouwen verdienen gemiddeld 10 % minder dan mannen.  

In het licht van deze resultaten kondigt minister van modernisering van de overheid Vanessa Matz haar voornemen aan om een nieuw beleid rond professionele gelijkheid binnen de federale overheid te ontwikkelen. Het doel is duidelijk: van gelijke verloning naar een globale professionele gelijkheid van carrières en kansen gaan.  

Ondanks gelijke uurloon blijven er namelijk inkomensverschillen bestaan. Deze zijn minder te verklaren door het verloningssysteem dan door verschillende loopbaantrajecten. Vrouwen werken vaker in deeltijd en blijven ondervertegenwoordigd in bepaalde hogere functies, wat een invloed heeft op hun loopbaan, totale verloning en pensioen.  

Om professionele gelijkheid binnen de overheidsdiensten te bereiken, wil de minister verschillende structurele maatregelen nemen.  

Ten eerste wil ze werken op het vlak van de toegang tot hogere functies. Hoewel op bepaalde carrièreniveaus binnen de federale overheid bijna gelijkheid is bereikt, neemt het aandeel vrouwen sterk af naarmate men hoger op de hiërarchische ladder komt. Vandaag bepalen de regels dat ten minste een derde van elk geslacht vertegenwoordigd moet zijn in de niveaus A3, A4, A5 en in mandaatfuncties. Om het huidige onevenwicht te corrigeren, stelt de minister voor om vanaf niveau A3 progressieve doelstellingen voor vertegenwoordiging vast te stellen: tegen 2027 ten minste 40 % van elk geslacht bereiken en tegen 2029 streven naar een evenwicht van 50 %. Het doel is om in een vroeg stadium van de loopbaan in te grijpen om het reservoir van kandidaten voor leidinggevende functies duurzaam te vergroten.  

Daarnaast moeten ambtenaren beter worden geïnformeerd over de gevolgen van deeltijds werken. Hoewel deze regeling een belangrijk recht blijft voor het evenwicht tussen werk en privéleven, kan zij blijvende gevolgen hebben voor de loopbaan en het pensioen. Er zal een simulatietool worden ontwikkeld waarmee iedereen deze effecten concreet kan beoordelen.  

De minister wil ook de sturing van de professionele gelijkheid door middel van data versterken, met name met het oog op de omzetting van de Europese richtlijn inzake loontransparantie in 2026. Een jaarlijkse analyse van de loon- en carrièreverschillen voor de hele federale overheid zal het mogelijk maken om onevenwichtigheden nauwkeuriger in kaart te brengen en gerichte maatregelen te nemen.  

Daarnaast zijn er nog andere maatregelen gepland om een meer inclusieve organisatiecultuur te bevorderen. Zo zal elke overheidsdienst worden gevraagd om minstens één inclusieverantwoordelijke aan te stellen, die het management zal begeleiden, de HR-diensten zal ondersteunen en initiatieven zal coördineren om gelijkheid en diversiteit binnen de teams te bevorderen.  

Vanessa Matz: “De federale overheid moet een voorbeeldfunctie vervullen. Als grootste publieke werkgever van het land heeft zij de verantwoordelijkheid om het voortouw te nemen en de professionele gelijkheid op de hele arbeidsmarkt te bevorderen. Het garanderen van gelijke verloning is een belangrijke stap, maar vandaag de dag is het zaak om verder te gaan en te werken op loopbaantrajecten. Door te werken aan de toegang tot leidinggevende functies, de impact van deeltijds werk en een meer inclusieve managementcultuur, willen we de voorwaarden scheppen voor echte gelijke kansen bij de overheid.”