Federale musea: eenvoudigere tarieven voor bezoekers

Vanaf 1 mei 2026 harmoniseert minister van wetenschapsbeleid Vanessa Matz de voordeeltarieven in de federale musea. Tot nu toe verschilden de regels voor gratis toegang en kortingen naargelang de doelgroepen en de musea, wat voor verwarring en ongelijkheid zorgde. Een ministerieel besluit voert nu gemeenschappelijke regels in om een duidelijkere, eerlijkere en rechtvaardigere toegang tot het federale wetenschappelijke en culturele erfgoed te garanderen. 

Daarnaast geeft de minister de federale musea meer autonomie door hen de bevoegdheid te geven hun reguliere tarieven zelf vast te leggen. 

Vandaag lopen de toegangsvoorwaarden voor de verschillende federale musea nog steeds sterk uiteen, zowel op vlak van kortingen als gratis toegang. Sommige mensen betalen in het ene museum een reductietarief en in het andere de volle prijs. Dat is bijvoorbeeld het geval voor mensen met een handicap. Deze situatie zorgt voor verwarring bij bezoekers en ongelijkheid tussen de verschillende doelgroepen. 

Om dit te verhelpen, ondertekent de minister een ministerieel besluit dat gemeenschappelijke regels invoert voor alle instellingen die publiek ontvangen, enerzijds voor gratis toegang en anderzijds voor gereduceerde tarieven.  

Concreet betekent dit dat vanaf 1 mei de toegang gratis is, op vertoon van een bewijs, voor bepaalde categorieën bezoekers. Het gaat met name om kinderen jonger dan 3 jaar, personen met een handicap en hun begeleider, leerkrachten of journalisten. Daarnaast wordt een voorkeurstarief toegekend aan jongeren jonger dan 25 jaar (korting van 60 %), aan personen ouder dan 65 jaar (korting van 25 %), en aan werkzoekenden en personen met een verhoogde tegemoetkoming (korting van 60%), om toegang tot cultuur te garanderen voor de meest kwetsbare groepen. Naast deze kortingen is de toegang tot de federale musea elke eerste woensdag van de maand vanaf 13.00 uur gratis voor iedereen (behalve in het Planetarium). Het nieuwe tariefbeleid zal in alle instellingen uniform worden toegepast.  

Meer autonomie op vlak van tarieven 

Deze hervorming past in een breder kader van modernisering van de federale wetenschappelijke instellingen.  

Bij het begin van haar mandaat heeft de minister een hervorming opgestart om de federale wetenschappelijke instellingen te moderniseren en aantrekkelijker te maken. In dit kader past zij vandaag het tariefkader aan, naast de harmonisatie van de gratis toegang en de verlaagde tarieven. De minister laat voortaan toe dat de instellingen die bezoekers ontvangen, zelf hun tarieven bepalen. 

Vóór deze aanpassing moest elke tariefwijziging het voorwerp uitmaken van een ministerieel besluit, een omslachtige procedure die weinig aansloot bij de realiteit van de musea. Voortaan valt de bevoegdheid voor de tarieven onder de bevoegdheid van de Beheerscommissie, die bestaat uit de directeurs van de federale wetenschappelijke instellingen, vertegenwoordigers van Belspo en de Inspectie van Financiën. Deze ontwikkeling is bedoeld om de federale wetenschappelijke instellingen meer flexibiliteit te bieden, terwijl tegelijkertijd de naleving van hun publieke taak wordt gewaarborgd en ervoor wordt gezorgd dat cultuur voor iedereen financieel toegankelijk blijft. 

Vanessa Matz: “Toegang tot ons wetenschappelijk en cultureel patrimonium mag niet afhangen van de plek die men bezoekt, maar moet op een duidelijke en rechtvaardige manier voor iedereen worden gegarandeerd. We maken een einde aan onterechte verschillen en versterken een eenvoudig principe: iedereen moet onder dezelfde voorwaarden toegang hebben tot ons erfgoed, of het nu gaat om de surrealistische werken van het Magritte Museum of de oude manuscripten van de Koninklijke Bibliotheek van België. 

Tegelijkertijd geven we de musea de middelen om hun tariefbeleid aan te passen. Dit is essentieel om een nieuw publiek aan te trekken, en hun collecties beter bekend te maken, terwijl ze tegelijkertijd hun publieke taak op het gebied van onderzoek en de verspreiding van wetenschappelijk erfgoed, dat voor iedereen toegankelijk is, blijven vervullen. »  

Dit nieuwe beleid geldt voor de volgende instellingen: 

  • Het Planetarium van de Koninklijke Sterrenwacht 

  • De Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België (KMSKB) 

  • Het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) 

  • De Koninklijke Bibliotheek van België (KBR) 

  • Het Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (KMKG) 

  • Het Muziekinstrumentenmuseum (MIM) 

  • De Hallepoort 

  • Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA)