Ministerraad keurt het gecontroleerd gebruik van jamming tegen drones goed
Jamming gebruiken om telecomsignalen te verstoren is in België in principe verboden. Uitzonderingen bestonden al voor politie, defensie, de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, de NAVO en SHAPE. Die uitzonderingen worden uitgebreid naar kritieke infrastructuur. Concreet gaat het om nucleaire installaties, gevangenissen, bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen (SEVESO-bedrijven) en de Europese instellingen.
Daarbij is het gebruik onderworpen aan strikte regels. Instellingen moeten om te beginnen een vergunning aanvragen bij het BIPT. Voor elk afzonderlijk gebruik van jamming moeten zij bovendien de risico's ervan evalueren. Een gebruik kan enkel als de baten ervan groter zijn dan de nadelige gevolgen voor derden. Elk gebruik moet tot slot binnen de twee uur aan het BIPT worden gemeld.
Het gaat om een fundamenteel evenwicht, benadrukt minister Matz: "Jamming kan de noodcommunicatie, medische apparatuur of luchtvaartnavigatie verstoren en blijft in regel onaanvaardbaar in een civiele omgeving. De uitzonderingen zijn strikt beperkt tot noodsituaties en onderworpen aan duidelijke regels. We willen de mogelijkheid bieden bedreigingen te neutraliseren, maar uitsluitend wanneer dit noodzakelijk is en wanneer de voordelen voor de samenleving opwegen tegen eventuele nadelige gevolgen. Dit is de kern van het evenwicht dat we nastreven met dit wetsontwerp."
De afgelopen maanden voerde het BIPT een openbare consultatie waarbij bedrijven en burgers konden reageren op dit wetsvoorstel. De tekst werd op basis van die input verder verfijnd.