Roofkunst tijdens de Tweede Wereldoorlog: symbolische teruggave van "La buveuse d’absinthe” en oprichting van een federale commissie voor toekomstige teruggaveverzoeken

Tijdens een ceremonie in aanwezigheid van vertegenwoordigers van de familie van Armand Dorville, een joodse advocaat en verzamelaar die in 1941 onder het Vichy-regime overleed, hebben Vanessa Matz, minister van Modernisering van de Overheid, bevoegd voor Wetenschapsbeleid, en de Koninklijke Bibliotheek van België, de aquarel La Buveuse d’absinthe van Félicien Rops symbolisch teruggegeven.

De minister stelde ook een koninklijk besluit voor, dat in de oprichting voorziet van een federale adviescommissie, belast met het onderzoeken van teruggaveverzoeken voor kunstwerken waarvan het vermoeden bestaat dat ze tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn geroofd en die zich in de collecties van de Federale Wetenschappelijke Instellingen bevinden. 

De aquarel, die zich sinds 1968 in de collecties van de Koninklijke Bibliotheek van België bevindt, was eigendom van Armand Dorville, wiens collectie in 1942 werd verkocht in het kader van een gedwongen verkoop opgelegd door de Vichy-autoriteiten. De geschiedenis van dit werk kwam enkele jaren geleden, in 2020, weer boven water toen de erfgenamen van Armand Dorville een verzoek tot teruggave indienden.  

In december 2025 had minister Matz, op basis van het uitgevoerde onderzoek en de gegevens waarover zij beschikte, besloten over te gaan tot de teruggave van La Buveuse d’absinthe.

De symbolische teruggave van dit werk aan de erfgenamen van Armand Dorville past in een aanpak die gebaseerd is op historisch onderzoek, dialoog en de wil om tot een rechtvaardige en billijke oplossing te komen. Deze aanpak neemt de vorm aan van een financiële compensatie en het in stand houden van de herinnering.

De herinnering aan de roof doorgeven  

Het werk, dat zich in de federale collecties bevindt, zal systematisch worden voorzien van de vermelding “Voorheen onderdeel van de collectie van Armand Dorville en verkocht in 1942 onder het Vichy-regime.”  

De KBR en de erfgenamen zullen samen een tekst opstellen waarin de geschiedenis van Armand Dorville, het traject van het werk tijdens de Tweede Wereldoorlog en de context van de verkoop in 1942 worden beschreven, om de herinnering aan deze roof levend te houden.

Vanessa Matz: “La buveuse d’absinthe is niet alleen een opmerkelijk werk van Félicien Rops. Het draagt ook de geschiedenis van een roof en een familietragedie in zich. De mensen die het in de toekomst bezichtigen, worden uitgenodigd om deze geschiedenis in gedachten te houden.”

Een federale adviescommissie voor restitutieverzoeken

Tijdens de ceremonie heeft minister Matz de werkwijze van de toekomstige federale adviescommissie toegelicht. Deze commissie zal verantwoordelijk zijn voor het onderzoeken van teruggaveverzoeken met betrekking tot cultuurgoederen waarvan het vermoeden bestaat dat ze tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn geroofd en die zich in de collecties van de Federale Wetenschappelijke Instellingen bevinden, en met het uitbrengen van een onafhankelijk advies aan de bevoegde minister.

De verzoeken zullen worden ingediend bij één enkel contactpunt binnen de federale overheid. De betrokken Federale Wetenschappelijke Instellingen zullen vervolgens worden belast met het uitvoeren van het nodige herkomstonderzoek en het samenstellen van een volledig dossier. Op basis daarvan zal de commissie een gemotiveerd en onafhankelijk advies uitbrengen, op basis waarvan de minister een beslissing kan nemen over het verzoek.

Het doel is een coherente, transparante, wetenschappelijk onderbouwde en snellere behandeling van de teruggaveverzoeken te garanderen. De procedure moet ervoor zorgen dat de betrokken families binnen 13 maanden (maximaal 23 maanden) na het indienen van hun verzoek een antwoord krijgen.

“We zullen het leed dat het naziregime heeft veroorzaakt en de gevolgen van de confiscaties die zoveel families hebben ondergaan nooit kunnen goedmaken. Maar we kunnen er wel voor zorgen dat de verzoeken tot teruggave worden behandeld binnen een duidelijk, transparant kader en binnen redelijke termijnen. Dat is de bedoeling van de nieuwe regeling en van de federale adviescommissie die we instellen”, verklaart Vanessa Matz. 

La buveuse d’absinthe: van Armand Dorville naar de Koninklijke Bibliotheek van België  

La buveuse d’absinthe (Félicien Rops, 1877) was eigendom van Armand Dorville, een joodse advocaat en verzamelaar, die in 1941 overleed. Zijn collectie van bijna 450 werken waaronder Bonnard, Vuillard, Renoir, Manet, Signac, Caillebotte, Daumier, Degas, Vallotton, Delacroix, Rodin en Carpeaux, werd in 1942 in Nice verkocht, in het kader van een gedwongen verkoop opgelegd door de Vichy-autoriteiten.  

De erfgenamen hadden toen geen zeggenschap over de transactie en kregen de opbrengst van de verkoop pas na de oorlog, in 1947, terug, terwijl dit geld de familie had kunnen helpen om hun vlucht uit Frankrijk te financieren.

Verschillende familieleden (de zus van Armand Dorville, Valentine Dorville, haar twee dochters en twee kleindochters) werden aangegeven, vervolgens gedeporteerd en in 1944 in Auschwitz vermoord.

In 1968 werd het werk te goeder trouw aangekocht door de Koninklijke Bibliotheek van België, waar het sindsdien wordt bewaard. Pas dankzij het herkomstonderzoek van de afgelopen jaren konden de problematische omstandigheden van de verkoop worden vastgesteld.