Internationale ruimtevaarttop: Vanessa Matz roept op tot meer Europese autonomie
Op 9 en 10 september reist de minister van Wetenschapsbeleid, Vanessa Matz, naar Parijs om België te vertegenwoordigen op de Internationale Ruimtevaarttop. Tegen de achtergrond van een toenemende ruimtevaartconcurrentie zal zij een duidelijke boodschap uitdragen: Europa moet verenigd blijven, zijn eigen capaciteiten versterken en blijven inzetten op samenwerking.
Voor Vanessa Matz staan Europese autonomie en internationale samenwerking niet haaks op elkaar. Integendeel: juist door hun middelen, expertise en investeringen te bundelen, kunnen de Europese lidstaten samen mogelijkheden ontwikkelen die ze in hun eentje niet zouden kunnen realiseren.
De Europese programma’s zijn daar een concreet voorbeeld van. Het Iris²-programma, net als de Europese programma’s voor weersatellieten, toont aan dat Europa, wanneer het collectief optreedt, in staat is strategische infrastructuur te ontwikkelen en tegelijkertijd zijn wetenschappelijke en industriële expertise te versterken. België neemt hier volop aan deel, met bedrijven en onderzoekscentra die aan deze Europese projecten bijdragen.
In Parijs zal de minister dan ook benadrukken dat deze dynamiek moet worden voortgezet. Het Europees Ruimteagentschap moet een centraal kader blijven om middelen te bundelen, Europese technologieën te ontwikkelen en alle lidstaten, inclusief de middelgrote landen, in staat te stellen deel te nemen aan grote ruimtevaartprojecten. Zij zal ook het belang benadrukken van een versterkte coördinatie tussen de Europese Unie, de ESA en hun lidstaten, wat essentieel is om de strategische autonomie van Europa te versterken en te zorgen voor meer samenhang in ons ruimtevaartbeleid.
Vanessa Matz hoopt tevens dat toekomstige Europese keuzes worden beschouwd als strategische investeringen. Naast de kosten moeten ze worden beoordeeld in het licht van de werkgelegenheid, de kennis, de innovatie en de autonomie die ze mogelijk maken. Deze visie moet onder meer als uitgangspunt dienen voor de besprekingen in de aanloop naar de interministeriële bijeenkomst van de ESA in december.
Ten slotte zal de minister erop wijzen dat Europa haar ambitie op het gebied van ruimteverkenning moet behouden, voor zowel de verkenning van de maan als van Mars. Hoewel de uitdagingen met betrekking tot de maan vandaag de dag groot zijn, beschikt Europa ook over toonaangevende wetenschappelijke en technologische expertise op het gebied van de robotverkenning van Mars, die het essentieel is te behouden en verder te ontwikkelen.
“Europese autonomie is geen alternatief voor samenwerking: het is juist de voorwaarde daarvoor. De successen van onze gezamenlijke programma’s tonen aan dat we, wanneer we samen optreden, in staat zijn om sterke capaciteiten op te bouwen, ten voordele van Europa en al zijn lidstaten.” Vanessa Matz
Met bijna 2.000 deelnemers in het Grand Palais, waaronder een twintigtal staatshoofden en een zestigtal ministers, moet de top een nieuwe impuls geven aan het internationale ruimtevaartbeleid en de wetenschappelijke, industriële, economische en defensiebelangen dichter bij elkaar brengen.